Kendell Geers, Essay

Kendell Geers

Angst, politiek en houden van je lichaam,

26 april 2016
gebaseerd op een interview op 16 februari in Brussel

Een paar dagen voorafgaand aan de Grand Opening van de Utrechtse expo Hacking Habitat zitten Kendell Geers en ik in een Brussels café. Het is er niet druk, een koude dinsdagnamiddag, met een heldere zon die op de lente wijst, dat wel. Ik nodigde hem uit voor een gesprek over angst en de huidige politieke situatie, lees, de instroom van vluchtelingen, terrorisme, aanrandingen, mensensmokkel, noem maar op. Kendell Geers stelt zich vragen. Wie pleegde de aanslagen vorig jaar in Parijs, wie waren de aanranders in Keulen? Hij twijfelt niet, angst wordt ons aangepraat, we laten ons manipuleren door berichten en beelden die slechts een deel van de werkelijkheid laten zien. En waarom? Het wordt een langer verhaal, waarin hij in een snel en scherp Engels terugkeert naar de aard van de mens.

Meet Kendell Geers (°mei ’68, Johannesburg, woont & werkt in Brussel). Als telg uit een blank Boerengezin in Zuid-Afrika kent hij Apartheid van binnenuit. Het overgrote deel van zijn familie werkte bij de politie. Zijn ouders zijn Getuigen van Jehova. Er worden geen feestjes gegeven in het gezin Geers, geen cadeaus, extraatjes zijn verboden, strengheid is de norm. Vanaf zijn vijftiende gaat hij in het verzet, wat hem in de loop van de jaren tachtig een reeks korte gevangenisstraffen oplevert. Wanneer hem een straf van zes jaar boven het hoofd hangt, vlucht hij het land uit, eerst naar Londen en dan naar Amerika. Hij is er een illegal alien, maar is liever illegaal in Amerika dan legaal in Londen, zegt hij. ‘Het duurt vijf jaar voor je legaal in Engeland kan blijven. Werken mag niet in tussentijd.’ Zoiets kan hij als kunstenaar niet opbrengen. Na allerlei omzwervingen belandt hij in Brussel, waar hij al vijftien jaar woont met zijn gezin. Samen met meer dan tachtig andere kunstenaars neemt hij deel aan Hacking Habitat, een tentoonstelling omtrent hacken in een gevangenis in het centrum van Utrecht.

‘Het spijt me,’ zegt hij, ‘maar toen ze me de cellen lieten zien, barstte ik in lachen uit. Dit is een moderne plek, er is ruimte, je hebt je eigen toilet, alles is netjes. Zelfs de isolatiecel is een oord waar je kan mediteren.’ Zijn woorden klinken vreemd ironisch, maar Kendell Geers is een ervaringsdeskundige, uiteraard. ‘In Afrika, waar ik zat, was dat wel even anders,’ zegt hij. ‘We zaten met zijn zestienen in een cel, we sliepen op de grond.’ Zijn gezicht betrekt een beetje. Maar niet voor lang. In zijn installatie op Hacking Habitat, Ten Senses Cited, gaan tal van troostende gedachten schuil. De cel is volledig behangen met posters. In zwarte en witte letters staan er teksten op gedrukt. Quotes, maar omdat er geen spaties tussen de woorden staan, zijn ze moeilijk leesbaar. Onder de tekst gaan beelden schuil van een vrouw die allerhande houdingen aanneemt. Haar tenen steken door de gaten van haar kousen, met haar handen bedekt ze haar gezicht. Op het venster, dat zwart gemaakt is, zijn onder elkaar de letters NOT OUR ISTS weggekrast. No tourists, geen toeristen. Dat slaat op de vluchtelingen, hoe kan het ook anders? Aan de vooravond van Hacking Habitat organiseerde Geers een besloten performance met danseres Katie Vickers. Zij danste, hij registreerde. We praten over opsluiting, in onze angst, ons denken, in onze gewoontes en onze politieke correctheid. We sluiten onszelf op en beseffen het niet. Maar met ons lichaam en onze zintuigen kunnen we ons losrukken, vindt Geers. Het is de kern van de performance met Vickers.

Kendell Geers.jpeg

Kendeel Geers, Ten Senses Cited, 2016 (detail)

 

‘We moeten ophouden onszelf te haten, en ons te verontschuldigen voor wat we zijn. Hoe we eruit zien, hoe we ruiken, hoe we ons bewegen, men vertelt ons dat daar iets aan schort, maar dat is niet zo. ‘s Ochtends worden we wakken en vinden we dat we stinken, maar eigenlijk is er niks mis met ons. We besprenkelen ons met Chanel of Old Spice, maar wat we echt moeten is opnieuw aansluiting vinden met ons lichaam. Daar begint het,’ vindt hij. De angst voor onze eigen lichamelijkheid deugt voor geen meter.

‘Als we onze eigen lichaamsruimte respecteren, kunnen we dat respect ook opbrengen voor de wereld waarin we leven.’ Maar helaas is ons verteld dat onze lichamen voor verbetering vatbaar zijn. We zijn te dik, we zweten en we hebben rimpels. Er zitten putjes in onze billen en onze spieren zijn slap. We moeten waxen, föhnen, smeren en ons beter kleden. En dat niet alleen. Ook wat we doen wordt de hele tijd ondermijnd. Misschien werken we niet hard genoeg, presteren we onder de maat. We verdienen te weinig, worden over het hoofd gezien, falen. Onze relaties zijn minder idyllisch dan we hadden gehoopt, onze reizen niet ver genoeg, onze plaats op de sociale ladder niet hoog genoeg. We krijgen burn-outs. Wat we graag doen, met onze lichamen en onze zintuigen, wordt scheef bekeken. Het brengt niets op. Nochtans zijn die handelingen bevrijdend, zegt Geers, ze zijn nobel en waardig, niet afkeurenswaardig. Hij legt me een lijst voor met nobele daden: ‘thinKING, drinKING, fucKING, smoKING, licKING,…’. de ‘KING’ verwijst naar de waardige, koninklijke aard van elk werkwoord.
Dit onverwijlde kiezen voor het menselijke in ons omschrijft hij met de term radical subjectivity. We moeten de ommezwaai naar onszelf en onze lichamelijkheid maken. Radicaal en zonder omzien. De mens is geen project dat eindeloos vatbaar is voor verbetering, wel integendeel. Het doet me goed zulke woorden te horen. In de dagen erna, echt waar, stel ik vast dat een inzicht als dit niets dan gunstige gevolgen heeft. Later, op de vernissage van Hacking Habitat, komt het onderwerp ter sprake en vertel ik het verder, als een geheim voor ingewijden.
‘Wie daarentegen bang en onzeker is,’ vindt Geers, ‘is de perfecte consument.’ Allerlei onvolkomenheden moeten worden ingevuld. Producten, gadgets, geurtjes, duurdere auto’s en plastische chirurgie schijnen ons te kunnen helpen minder bang te zijn. Maar zolang we onze angst niet beteugelen, blijft het een bodemloze put. Ons lichaam is een habitat. Tijd dat we die opnieuw voor onszelf opeisen en het eindeloze consumeren een halt toeroepen. Hack je eigen Habitat.

DSC_0292w.jpeg

Kendeel Geers, Ten Senses Cited, 2016 (detail)

 

Over de foto’s van Katie Vickers heen werden zinnen geprint uit de Sentences on Conceptual Art van Sol Lewitt uit 1969. ‘Conceptual artists are mystics rather than rationalists,’ zo begint het. ‘They leap to conclusions that logic cannot reach.’ De vijfendertig punten uit het manifest vormen hele behoorlijke richtlijnen voor het maken van kunst, niet noodzakelijk conceptuele kunst. Maar evengoed is het een inspirerende, artistiek doortimmerde lijst die door Geers wordt geciteerd en doorgegeven. Al wil hij er verder geen uitspraken over doen. Oordelen doet hij niet.
Het gevangenisvenster werd met een zwarte folie bedekt, en vervolgens werden er de letters NOT OUR ISTS uit weggekrast.‘Vluchtelingen zijn een belasting voor de economie, in tegenstelling tot toeristen,’ zegt Geers. ‘Het woord OUR refereert aan de goeie versus de slechte vluchteling. De goeie lijkt op ons. Maar ‘ons’, wat betekent dat?’ Hij legt uit dat zaken die we belangrijk vinden – status, rijkdom, eeuwige jeugd, ik zeg maar wat – mijlenver afstaan van onze natuur. We vinden die waardenschaal normaal, zo is ‘onze’ maatschappij nu eenmaal geëvolueerd. Maar nogmaals, wat is dat, normaal?

En dan is er de perceptie. De manier waarop over de vluchtelingenstroom werd bericht kende een paar opmerkelijke kenteringen. ‘Neem Griekenland,’ zegt Geers. ‘De economie is er gedecimeerd. De middenklasse bedelt op straat, ruilt er tomaten voor sinaasappelen. Sinds de komst van de vluchtelingen wordt niet meer over de zorgwekkende toestand gepraat. De berichtgeving verschuift, de stemming verandert.’ Aanvankelijk was de stemming tegenover de Syriërs gunstig. Op 3 september 2015 ging de foto van de verdronken Aylan viraal. Het beeld zorgde wereldwijd voor mededogen. Maar dan werden de aanslagen in Parijs gepleegd. De stemming sloeg om. Nog twee maanden later, in januari 2016, bleken tal van vrouwen in Keulen te zijn aangerand. Door Syriërs, wist men, ook al bleek dat achteraf onjuist. Niemand had nog een goed woord over voor de vluchtelingen. ‘Maar hoe kan het,’ vraagt Geers zich af, ‘dat ondanks de massale aanwezigheid van politie zoveel misging in Keulen?’ Ik weet het ook niet. Maar Geers wel. Onze angst wordt aangewakkerd door de berichtgeving. Het is wat hij noemt de ‘manufacturing of fear’. Angst wordt gecreëerd. Men maakt het en wij slikken het, zonder vragen te stellen.

Kendell Geers is er echter de man niet naar om zomaar wat te slikken. Wat gebeurde er écht op Ouderjaarsnacht in Keulen? Waarom verandert de berichtgeving over wie de aanrandingen pleegde steeds? Alle aanslagplegers uit Parijs zijn dood of vermits. Hoe gaat dat dan met een proces? Wie is IS?
Maar, vraag ik me af, als er sprake is van manipulatie, wie heeft daar dan voordeel bij? Geers verwijst naar degenen die de beslissingen nemen, en de wetten maken. ‘Beleidsmakers met harde opvattingen over vluchtelingen hebben baat bij een sfeer van angst. In een dergelijke context kunnen ze hun ultrarechtse wetten doorvoeren.’ Het zou de eerste keer niet zijn. Onze angst is een soort hypnose, grotendeels gebaseerd op wat we van de media te horen krijgen. We mogen niet ophouden te twijfelen.

’s Avonds kijk ik naar een programma over vluchtelingen die zich in de haven van Zeebrugge in vrachtwagens verschuilen. De gouverneur van de provincie West-Vlaanderen toont de schade aan een hek. ‘Ze richten voor honderdduizenden euro’s schade aan,’ zegt hij. Er moet meer politie op het terrein, zodat de bendes kunnen worden betrapt en opgerold. Het valt me op hoe dreigend de teneur is. Het lijkt wel alsof ze het over een roedel wolven hebben, in plaats van over mensen met moeders en vaders en kinderen. Je krijgt de indruk dat het probleem alleen met repressieve middelen kan worden aangepakt. Ik vraag me af of ik dat ook zou hebben gedacht zonder mijn gesprek met Kendell Geers. In ieder geval lijkt het nieuws plots merkwaardig grimmig soms. Dirty politics, hoor ik je denken. Maar er is ook gewoon de aard van het beestje. ‘Waarom stoppen we voor een auto-ongeval en niet voor een stalletje met prachtige bloemen,’ vraagt Geers zich af. Omdat we met zijn allen een stelletje ramptoeristen zijn. We zeggen dat we rationeel handelen, maar de emotie regeert. Ook in de media. Het blijft volhouden voor degenen die willen weten hoe de vork in de steel zit.

We bestellen nieuwe drankjes in het vrijwel lege café. De laatste man die weggaat, knikt ons nadrukkelijk toe. Hij zat aan een tafeltje naast ons, kennelijk heeft hij geen woord van het gesprek gemist. Ooit zag ik in het SMAK in Gent een rij televisies waarop vreeswekkende beelden getoond werden. Overal kabels, bloedstollend geschreeuw, op een van de schermen werd met een scheermes een oogbal doorgesneden. Het werk had iets onweerstaanbaar aantrekkelijks, iedereen had het gezien. Het maakte deel uit van de enige Quadriënnale (2001 – 2002) die ooit plaatsvond in Gent. In de installatie maakte Geers gebruik van vier verschillende films, waaronder Un chien andalou en A Clockwork Orange. ‘Alles was nep, dat was het hele punt,’ zegt hij. ‘Het oog dat werd doorgesneden was van een schaap.’ Het was enscenering, manipulatie, niets ervan was echt. Het gevoel van afschuw werd je opgedrongen.

In de afgelopen jaren maakte Geers installaties met lijkzakken, scheermesdraad, wapenstokken. Maar er waren ook biddende handen met handboeien eromheen, of maskers van dictators die als voetbal konden dienen. Tegenover het geweld staat telkens iets anders, er ontstaat altijd een evenwicht in Geers’ werk. De materialen die hij gebruikt zijn ruig en heftig, maar wat hij ermee doet, getuigt van een andere intentie. Ook in de cel op Hacking Habitat gaan licht en donker hand in hand. Het valt op dat het weinige licht dat binnenvalt, dat doet door de woorden op het venster.

 

PrayPlayPreyPay,  2011.jpeg

Kendeel Geers, PrayPlayPreyPay, 2011

 

De cel van Kendell Geers is slecht één van de bijdragen op Hacking Habitat. In totaal tonen meer dan tachtig kunstenaars werk in de onlangs verlaten gevangenis aan het Wolvenplein. De cellen vormen een aparte, beklemmende setting. Op de opening wandelen we cel in, cel uit, het is aardig druk in het gevang maar de sfeer is gezellig. Vreemd is dat. Hacking Habitat gaat uit van het idee dat onze samenleving volledig gecontroleerd wordt door systemen. Er zijn overal camera’s, banken houden algoritmes in de gaten, Facebook weet wie we zijn, Google weet wat we consumeren, economische modellen zijn de enige geldende, Big Brother is een feit. Volgens Hacking Habitat is dat een gevaarlijke situatie. We moeten opnieuw meester worden over onze habitat, luidt het, en wie doet zoiets beter dan kunstenaars? Curator Ine Gevers nodigde kunstenaars uit die op allerlei manieren door systemen heen kijken. Sommige van hun bijdragen zijn activistisch, andere beschouwend. Er zijn saboterende apps en confronterende games, veel video’s, maar ook sculpturen en installaties. Zo loop je door een reeks klapdeuren van politieschilden van Ahmet Ögüt. Ronald Ophuis hing in een cel een schilderij op van een gevangene die op het punt staat zelfmoord te plegen – een dwingende combinatie van locatie en onderwerp, als je het mij vraagt. Paul Segers laat een soort robothond dansen op een onhandig houten vloertje. Het gaat om een replica van een Amerikaanse robot die moet assisteren op het slagveld, de Boston Dynamic’s Big Dog. Frank Koolen legt uit dat we een irrationele angst voelen voor de ‘ander’. Die onzichtbare barrière is, alles welbeschouwd, een vreemd ding. Hij nodigde twee goochelaars uit die als ‘de ander’ bij je komen staan en een praatje maken. En passant halen ze een trucje uit. Of ze tonen je iets geks, een ei of een aardappel met haar erop. In een kale gang staat een rare kerel tegen de muur geleund. Het blijkt, bij nader inzien, een wassenbeeld van niemand minder dan Adolf Hitler. Roy Villevoy, de maker ervan, vertelt dat Hitler nadat hij was afgewezen aan de Weense academie, een tijdlang dakloos was. Omdat landlopers in die tijd niet op banken mochten zitten, moesten ze rechtstaan. Zoals deze uitgeputte, hongerige man hier in de gang. Zijn ogen zijn van een angstwekkend kil lichtblauw en zijn haar is lang en slierterig. Daar is, zo leer ik, uitvoerig onderzoek naar gedaan. Er bestaan getuigenissen uit de tijd, alles is zo getrouw mogelijk nagemaakt. De zielige Hitler blijft lange tijd in je hoofd spoken, hij is zo huiveringwekkend echt dat je er ook moet om lachen. ’Villevoy gaf zijn beeld de titel Reset mee. Alles had heel goed anders kunnen lopen, misschien was daar niet eens zoveel voor nodig geweest. //

Roy Villevoye.JPG

Roy Villevoye, Reset, 2016

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s