Living in dreams

1. Het begin

Antithese? Inderdaad, na een hele tijd wikken en wegen bleek dat het antwoord, of juister nog, het woord. Initieel wilden we een tentoonstelling maken met kunstenaars die een zelfde attitude deelden. We houden veel van kunstenaars/ schrijvers/ lieden die opvattingen doorprikken, ondermijnen, in het tegenlicht beschouwen, die stommiteiten omarmen, zichzelf in de voet schieten, onderuit halen, verwachtingen niet inlossen, spelfouten maken, maskers opzetten, het omgekeerde zoeken. Zulke mensen denken duidelijk anders. Hun hoofden zijn keerpunten, hun gedachten handremmen die worden aangetrokken bij het inhalen op de snelweg. Ze hebben een eigenschap, misschien is het een gen, waardoor ze spontaan een andere mogelijkheid zien. Als iedereen ja zegt beginnen ze in hun eentje neen te overwegen. Als iedereen si doet, doen zij in ieder geval la. Eensgezindheid geeft hen een gevoel van beklemming. Ze houden niet erg van zingen in koor. Als alles naar wens verloopt struikelen ze met de drankjes. Als je dit soort ingesteldheid op artistieke output toepast, sluit je hoe dan ook een tegenbeweging in. Antithese.

Vele mensen vinden zichzelf individualistisch en dwars, maar laten we eerlijk zijn, niet zo erg veel mensen brengen het resultaat van die denkwijze ook daadwerkelijk naar buiten. Het gaat ons ook niet om dwarsheid of individualisme, maar om een soort denken dat fundamenteel kritisch en grillig is, én in staat tot het creëren van iets nieuws. Een nieuw beeld, een nieuwe gedachte, een nieuw inzicht – misschien. Het platgetreden pad blijkt plots een ijsbaan waar je je niet langer staande kunt houden. Wat iedereen voor waar aanneemt blijkt ongezond, wat altijd al riskant was, wordt troostend en heilzaam. Uit het dieptepunt wordt een hoogtepunt geboren, uit schaamte een prachtig wonder. De antithetische mens kan niet anders dan het wit in het zwart te zien, het falen in het succes, de schoonheid in de lelijkheid, de overwinning in de ondergang. In eenzelfde beeld/ werk/ fragment botsen twee tegengestelde componenten. De paus wordt neergemaaid door een meteoriet. Na het redden van mensheid wordt de held betrapt op het stelen van wit mannenondergoed. We hielden nooit zo van Claus maar wel van sommige van zijn titels, De koele minnaar, Een zachte vernieling. Plotseling gebeurde er niets, ook zoiets, van Herman Brusselmans.

We willen overigens nog altijd een tentoonstelling maken met kunstenaars die eenzelfde attitude delen. Maar een attitude kan je niet zomaar bij het nekvel pakken. En jij wel, jij niet, dat willen we niet. Botsingen, contradicties en tegenstellingen in de kunst zelf zijn daarentegen minder beladen. Je kunt ze aanwijzen en (met enige inzet) benoemen, en ze vloeien net zozeer uit hetzelfde soort hoofden voort. Antithese is een woord dat veel kan bevatten en tegelijk een sterk filosofisch fundament heeft. En dat heeft dit plan eigenlijk ook. Plus, als je de antithese als criterium kiest, kom je bij hele verschillende kunstenaars uit. De vreemdste combinaties doemen op, werk dat absoluut niemand in dezelfde ruimte zou neerzetten. Exact het spanningsveld dat we voor ogen hebben.

2. Het midden van het begin

De Franse kunstenares Orlan, die zichzelf middels talloze operaties omvormde tot de vrouw met het mooiste gezicht aller tijden, vertelde me eens dat ze het concept van schoonheid volstrekt oninteressant vond. Het begrip was volgens haar louter constructie van de heersende klasse. Vrouwonvriendelijk, mensonvriendelijk, al te zeer ondersteund door de markt, weg ermee. Kunstenares op zoek naar schoonheid heeft een gloeiende hekel aan schoonheid. Ook dat is de antithese. Het is de bereidheid om door de waan heen te snijden en uit te komen bij heel andere opvattingen. Klinkt ernstig, is vaak grappig. En er is ook nooit sprake van dwang. Wie dat wil kan schoonheid nastreven. Maar wie al twijfels had, heeft nu een argument en een medestander die zich na jarenlang denkwerk en pijnlijke feiten een gegronde, nee, diepgewortelde mening heeft gevormd. Schoonheid en Orlan hebben verder buitengewoon weinig met dit plan te maken. Maar het verlangen om datgene te doen wat niemand verwacht, om twijfel te zaaien waar consensus heerst, om uit te komen bij het tegenovergestelde van wat je in gedachten had, zijn juist des te meer van toepassing. Nogmaals, er is geen antithese zonder een ingesteldheid die daaraan ten grondslag ligt. Het ene is nauw verbonden met het andere. Misschien oppert iemand dat net dit de basis is van artistiek werk, van kunst. Dat kan zeker zijn. Misschien is het ook de basis van veel andere dingen, zoals romantiek, misdaad of heiligheid. Maar dat leidt ons weer te ver. We houden het op de antithese in beeldende kunst, het gelijktijdig poneren van A en B. De C voltrekt zich grotendeels in het hoofd van de toeschouwer, daar houden we onze handen vanaf. Maar de A en de B, en de kunstenaars die dit op een min of meer uitgesproken manier gebruiken in hun werk, willen we graag tonen.

Vanzelfsprekend kan je daar erg ver in gaan of kan je het gegeven juist erg strikt interpreteren. Hopelijk vinden we een middenweg, en kunnen we een platform creëren voor een soort scheppen dat erg vruchtbaar is.

Als in: Het zwarte kartonnen Prada-toilet van Tom Sachs, omdat het zoiets proletarisch als een toilet betreft, van het onproletarische Prada, en omdat het van karton is, wat niet handig is voor een toilet. (Top, een wc als richtlijn).

Het Barbie Slave Ship, ook van Tom Sachs, gemaakt voor de Biënnale van Lyon in 2013, onder meer om de prachtige roze zeilen, maar nog meer om de onverwachte koppeling van speelgoed en mensenhandel.

Het Afrikaanse voetbalelftal (A.C. Forniture Sud) van Maurizio Cattelan, gekleed in truitjes met daarop het woord ‘Rauss’, onderstreept met een pijl. Het waarom spreekt vanzelf. Jongensdroom versus racisme.

Het moment waarop Brian het gordijn opentrekt en naar het toegestroomde volk schreeuwt dat hij Jezus niet is, spiernaakt, in Monty Pythons Life of Brian. Waarom? Om de naakte en antireligieuze gedachte. Om de blinde devotie van de massa tegenover het nuchtere individu. Niet de juiste messias, hoe komen ze erbij?

De inktduistere installatie The Terrorist’s Apprentice van Kendell Geers,, met in de verte een dramatische belichte, onmogelijk futiele lucifer. Waarom? Om de enscenering en de explosieve anticlimax. De manier waarop doodsbange Amerikaanse soldaten elkaar aanspreken met ‘kloot’, in de Nederlandse vertaling van Norman Mailers’ The Naked and the Death. *

* Deze voorbeelden bakenen enkel een gebied af dat onze belangstelling wegdraagt, ze worden niet opgenomen in de tentoonstelling.

Maar van de soldaten van Mailer weet je het gewoon. Ze gaan er allemaal aan. Ze worden uitgezet als prooien, hun lot ligt al vast. Daarom geeft het niet dat ze elkaar kloot noemen. Ze bedoelen het niet kwaad. Op zich is kloot trouwens een goed woord, kort, krachtig, je kunt er wat emotie in kwijt. En begrijpelijk ook. Want jongens die in een onbekend land door onzichtbare vijanden worden opgejaagd, hebben wel iets anders aan hun hoofd dan omgangsvormen. Ze willen elkaars namen niet weten, want ze gaan toch dood. Rijmt ook op kloot. Alleen, je moet ermee lachen. Middenin de ellende van de Japanse jungle introduceert Mailer – of zijn vertaler – een lachwekkende aanspreekvorm. Dat voelt echt raar, een tikkeltje ongepast zelfs. Een lach in de hel. Is het humor? Sarcasme? Moeilijk te zeggen. Wellicht is het vooral realisme, een manier om de huiveringwekkende, beschreven werkelijkheid echter te maken.

Of nog: “Zijn gelige, vadsige lijf schommelde moeizaam van de ene naar de andere kant en begeleidde de intensiteit van de opeenvolgende tonen, uitgebracht met oneindig veel gevoel maar zonder enige betekenis. Het was de uitbeelding van buitensporigheid, verspilling, waanzin en doodsangst. Bezweet schreeuwde hij zich schor zonder zich ergens om te bekommeren, vergat waarschijnlijk zelfs dat hij bestond, niet zozeer vanwege de muziek die hij vertolkte als wel door de moeilijkheid van de enscenering die hij uit vrije wil uitvoerde. Zijn stem (tot op dat moment altijd getemperd en gedempt door gangen, deuren en salons), van een kracht die mijn begrip te boven ging, leek niet uit zijn keel te komen, deed fraude vermoeden; maar de zekerheid dat het inderdaad de zijne was raakte mijn hoofd als een woeste mokerslag en deed me belanden in het rijk der waanzin.”*

*uit het verhaal Duivels Wonderkind van Javier Marias, afkomstig uit de bundel Terwijl zij slapen

Kortom. De dikke ontdekt zijn ware aard als kunstenaar en ontsnapt zo aan de destructieve greep van zijn pleegvader, die hem veracht. Op het laagste punt, op het meest ridicule, lachwekkende, groteske, deplorabele moment van de voorstelling (die hij geeft in zijn kamer zonder te beseffen dat iemand hem ziet) is hij sterker dan ooit. Met de kracht van zijn ziel en zijn buitengewone stem verslaat hij zijn kwelgeest, de pleegvader. Antithese. Het dieptepunt blijkt een steile piek te zijn. De dikke wint.

In ieder geval is het het schrille contrast dat voor geknetter zorgt. Het is stilistisch interessant, kan inhoudelijk erg relevant zijn, en als het beeldende kunst betreft levert het soms visueel sterk materiaal op. Maar de antithese is meer dan een contrast. Het gaat om duidelijk standpunten die je tegenover elkaar plaatst met de bedoeling een idee te versterken. Ach, laten we niet kommaneuken, het verenigen van tegenstellingen is al meer dan genoeg. En ook dat is een beetje paradoxaal, want tegenstellingen zijn eigenlijk niet verenigbaar, maar dat vinden we extra interessant.

Kunnen ook: de anticlimax, de contradictie en het spelen met verwachtingen. Of elk beeld dat op twee verschilende sporen rijdt.

3. Het einde van het begin

Een korte persoonlijke noot van Els Fiers

Aan het einde van de vorige eeuw trad ik aan bij het weekblad Knack, verantwoordelijk voor een pagina over galerietentoonstellingen. Het volledige eerste jaar was ik ervan overtuigd dat mijn opdracht als recensent extreem snel voorbij zou zijn. Angst voor ontmaskering, een schrijnend gebrek aan bewondering voor allerlei instanties en beroemde kunstenaars, er waren zoveel redenen om aan te nemen dat mijn tijd als criticus kort zou zijn. Mis, want vijftien jaar later schreef ik nog altijd over kunst in de Knack. Recensies, maar ook interviews, keuzes, analyses, aankondigingen, afkondigingen, het hele repertoire. Met plezier én bakken ervaring, maar desondanks werd het tijd om aan al dat bespreken een punt te breien.

In liedjes leggen ze dat soms heel goed uit:

When the storm clouds are riding through a winter sky

Sail away, sail away

When the love light is fading in your sweetheart’s eye

Sail away, sail away

When you feel your song

Is orchestrated wrong

Why should you prolong your stay?

When the wind and the weather blow your dreams sky high

Sail away, sail away, sail away

(Uit Noël Cowards Sail Away)

Vaarwel de Knack. In al die tijd kweekte ik echter een paar opvattingen. Eentje ervan was dat succesvolle kunstenaars (ik zeg niet ‘goeie’ kunstenaars) nooit iets tussen henzelf en hun werk laten komen. Misschien is dat wel de sleutel tot succes. Vooropgesteld dat succes datgene is wat je zoekt. Ik stelde ook vast dat goeie kunstenaars (ja, goeie) haast altijd slagen in het creëren van een erg grote vrijheid in hun werk. Ze doen er alles, zeggen er alles, durven er alles. Mocht je hun vrijheid kunnen opmeten, zou die aanzienlijk groter zijn dan bij euh, artistiek niet zo ambitieuze kunstenaars. Ik werd het eens met Marcel Duchamps stelling ‘Ik geloof niet in kunst, wel in kunstenaars’. Ik praatte met razend interessante lieden, sliep slecht vanwege de depressies waarover ze me vertelden, en bleef veel (maar toch nog minder vaak dan ik had gedacht) plakken op ateliers tot diep in de nacht. Uiteindelijk zette ik me liever aan interviews dan aan het schrijven van recensies. En ik stapte na 50 (weken) x 15 (jaar) x 3 (besprekingen/ critic’s choices etcetera per week) = 2250 (geschat totaal van al mijn meningen en overpeinzingen over kunst) niet meer af van mijn voorliefde voor kunst met twee kanten. Omdat dat volgens mij ontegensprekelijk de interessantste kunst was om over te schrijven. Of de interessantste kunst tout court. Vandaar natuurlijk ook antithese.

— Einde noot.

Maar laat het gegeven geen beperking zijn. Kunstenaars maken geregeld gebruik van tegengestelde concepten. Die denkwijze vloeit wellicht ergens uit voort en dat hopen we ook te kunnen belichten. Wat bindt hen? Is het dwarsheid? Humor? Intelligentie? Of gewoon realiteitszin, en het inzicht dat de werkelijkheid ook vol tegenstrijdigheden zit? Wie zal het zeggen. Maar we willen ook niet alles op ons bord. Humor alleen is ondanks alle charmes ervan misschien niet genoeg. Ambiguïteit slechts een woord waarmee je alles verkocht krijgt. Parodie? Nope. Daar overtuig je dezer dagen niemand meer mee. Zijn we op zoek naar maatschappelijke relevantie? Niet per se. Naar kwaliteit? Bof. Naar absurdisme? Onlogica? Dat wel. Energie? Ook. Wat we willen is het bliksempje dat wel eens uit dit soort elastische, tegenstrijdige kunst springt. Naar wrijving en spanning. En naar anderen die alles wat ernstig moet worden genomen, niet zo ernstig nemen. Vandaar de titel, maar die kan nog veranderen. In Gratis koffie. Of pingpongcube.

Advertenties

Never get complacent. Interview John Isaacs July 2012 – Watou (oorspronkelijke versie)

Els Fiers: The poster image of the Watou exhibit is you as a sad clown. Why do you portray yourself as a clown?

John Isaacs: At the time of this photograph I had used the generic image of ‘clown’ in some different ways including photography painting and performance. I was and still am interested in the perceived cultural role of an artist as a savant, leader, free thinker and the way in which we label and define our activities as human beings. The white lab coat of the scientist and the colourful garish costume of clown go about denoting not just their activity but how we must perceive them. Equally the gallery as context has to my mind a similar effect, in that as we enter one we enter a space in which we are in dialogue with art, and as much as the art is free to be what it is, we are already conditioned to look in a different way. The clown represents humour, the fool, but as in the role of Diogenes the fool is also the one who has the distance from society to reveal some truths buy self-deprecating actions. The clown offers himself as a sacrifice, a scapegoat, but conversely is free to criticise. The self portrait image of the sad clown is of course a cliché, but this image was a happy accident as I was merely removing the makeup from after a performance and this photograph was taken at the very moment when the makeup smudged in such a way as to break the mask of the painted smile, I just pushed it further with the facial expression. As it is now it works because of the double tragedy implicit and the feeling that we cannot hide from our emotions or conceal them from others.

E.F. You seem to use your own image in your work a lot, why do you do that?

Isaacs: Our bodies are the spaces that we personally inhabit and that from within which we measure everything, including pain, sorrow, time, love, etc with. It is language, music, and all art, with which we try to communicate these things to each other in specific or abstracted ways. It’s pretty natural then to use yourself as the starting point of such a dialogue and very common amongst artists – especially those from the 60’s and 70’s who were getting more involved with new mediums such a performance (look at Abramovich) photography (look at Baas Jan Ader through to Cindy Sherman) and even artists such as Bruce Nauman who spans pretty much every media from neon’s formed around his body to architectural spaces. These kinds of art form are not really classic self portraiture, infact they are absolutely not about representing an image of the artist as in those of Rembrandt or Van Gogh, but more involved in revealing the roles we all play in each others existences, and through the use of the human body to make us aware of our conventions. Of course I too must start from my own perspective and sometimes this actually means my physical self is in the work, but even when not the work bears my imprint and identity, the work that I must do as an artist is to find out if we have some common ground, and that we can find the similarities of our existences rather than the differences, as the objective is to bring us together and it is useless to entertain the idea of communication if the door remains closed due to prejudice.

E.F. Your work can be rough and confronting on the one hand, and soft and funny on the other. Is there something that’s connecting it all? Some basic thought or attitude?

Isaacs: My basic thought would be that we need to be more inclusive in our thinking, and I’m not talking about all this politically correct bullshit but the ability not to be afraid of difference, to embrace it and then to discover that all things are truly connected any way and that these things which are seemingly so different are alike but the difference between them is a thing of beauty. I think that we are already becoming aware of the kind of ugly monoculture we are building for ourselves, and intuitively feel the blood seeping out of life as it gets wrapped in cellophane and labelled with a sell by date. I know this sounds like hippy shit but this notion, a kind of cubistic perspective on space and time influences and directs my work. It is for this reason that there are so many varied physical manifestations of the work, so many styles, that as an artist I have the right and actually the necessity to bring together everything. I simply don’t believe in making a version of the same thing endlessly, actually that is self-portraiture. I do believe that by combining many things together bigger questions are arrived at, though of course to reach an understanding takes longer, but this may be the point, that understanding is not the holy grail we believe it to be, that there are many truths, and that one perspective is simply just not enough and should be avoided.

E.F. You give the most poetic and complex titles to your works, where do you find them?

Isaacs: Titles are incredibly important as they help to dislocate the physical presence of the works from the viewers initial response and offer another door into how to look at it, how to think about it. Sometimes titles come to me before works and vice versa, but usually it’s through the working process and some titles are much more direct than others as some works are. I keep notes all the time and constantly write down small sentences and restructure them or edit them down until the essence remains in shorter form though still they can sometimes be fairly long. For instance a title such as, ‘from a distance you look smaller but I know that you are there’ evoke many things, whereas another title such as ‘are you like me full of hope and full of fear’ are more like a direct question to the viewer, an attempt to include them, but still open enough to not constrain anything. My Grandmother always said, “ The harder you grip the bar of soap the more likely it is too fly out of your hands.” This attitude is perfection and I strive to achieve this with the titles.

E.F. What would be your ultimate dream as an artist?

Isaacs: To never get complacent.

De mooiste quotes van kunstenaars uit binnen- en buitenland , uit gesprekken sinds 2011..

Quotes

Jeff Koons: ‘Het gaat er niet om dat je mijn schilderijen en sculpturen leuk vindt. Wat telt is de totale aanvaarding van de ander.’

Orlan: ‘Schoonheid is niet interessant. Het is een product van de heersende klasse die ons dicteert hoe we er moeten uitzien en welke waarden we moeten aanvaarden.’

Orlan: ‘Er heerst een ernstige vorm van apartheid in de wereld, daarom vind ik het noodzakelijk om feministe te zijn.’

Léopold Rabus: Kunst gaat niet over grootse dingen maar om wat je elke dag om je heen ziet. Mijn moeder maakt heerlijke confituur: voor mij is dat ook kunst.’

John Isaacs: ‘Door onze angst voor wie anders is hebben we een afschuwelijke monocultuur gecreëerd. We moeten absoluut proberen om met meer dan een perspectief naar de wereld te kijken.’

John Isaacs: ‘Mijn ultieme wens als kunstenaar? Nooit zelfvoldaan te zijn.’

Lawrence Malstaf: ‘Als je ophoudt te verwachten dat de toekomst een verderzetting is van het nu, vind je gemoedsrust’

Mircea Suciu: ‘Ik geloof dat de werkelijke aard van kunst dramatisch is, en dat ik daarin moet meegaan om te overtuigen.’

Micea Suciu: ‘Hoe lastig het ook is, we moeten de menselijke natuur proberen te doorgronden. Dat is noodzakelijk om te evolueren en om niet dezelfde fouten van onze voorgangers te maken.’

Cis Bierinckx: ‘Tegendraadsheid is zinvol omdat alles tot consumptie en oppervlakkigheid vervalt. Kunstenaars moeten zich durven uitspreken, alleen zo kunnen ze mensen uit hun consumptie-apathie halen.’

Cis Bierinckx: ‘Wie macht heeft zal altijd proberen om kunst en kunstenaars te bezitten.’

Cis Bierinckx: ‘Jan Fabre heeft zich ooit als gangster vermomd en zo hoort het ook: kunstenaars zijn gansters.’

Andres Serrano: ‘In het Engels wordt het woord shit te pas en te onpas gebruikt. Alles is shit. Ik maakte foto’s van good shit, bad shit en bullshit. Er was ook scary shit, funny shit en freudian shit, gekregen van mijn freudiaanse therapeut. Ik fotografeerde zelfs holy shit, de drol van een priester.’

Andres Serrano: ‘Het valt niet altijd mee om kunstenaars te begrijpen. Soms is het interessanter je af te vragen waarom iemand zo geworden is.’

Serrano: ‘Kunstenaars hebben obsessies, demonen en psychoses waarmee ze moeten omgaan en die hen ook vervullen. Met wat geluk krijgen ze aan het einde van de rit applaus.’

Serrano: ‘Ik weet zeker dat de grootste successen geboekt zijn door mensen die zich mislukkelingen voelden. Ik ben zonder enige twijfel een van hen.’

Serrano: Het fundament van mijn werk is geen angst maar het idee dat waarheid en schoonheid soms verborgen zijn in het donker.’

L.A. Raeven: ‘We vinden het jammer dat mensen zo volgzaam zijn, dat het zulke schapen zijn.’

L.A. Raeven: ‘Als kunstenaar moet je altijd uit jezelf putten, anders kom je met werk dat anderen ook al hebben gemaakt.’

Artists quotes

“Creativity starts when someone goes into the dark and finds something meaningful. It has no name or face, it’s a mystery.” Bill Viola

“We used to be fascinated by a kind of introspection, a search for fear and the sublime. But sometimes fear can be a prison too. Getting in there isn’t always good for the soul.”James Casebere

“You can never be too sure of yourself. But when I’m painting in my studio I put myself on the same level as the best painters in history. Otherwise you can never make a decent piece of work.” Michaël Borremans

“I push myself to the edge of what I can handle both physically and emotionally. From that moment on the idea of a performance becomes visible.” Nezaket Ekici

“I’m ever so small in the art world. But I’m not bothered either.” Gerard Herman

“We want to know each other better, that’s why the portrait was invented. A portrait brings you closer to someone. It’s an unusually intimate form.” Ronald Ophuis